Moderne inzichten, uitstekend boek voor het keuren op eigen hok. Geschreven door dokter Stam.

De winterperiode betekend voor ons duivenmelkers rustperiode.. maar ook de periode waarin er veel tentoonstellingen worden georganiseerd. Deelnemen of niet? 

De komende weken zal ik regelmatig een stukje schrijven als keurmeester van postduiven. Tips en tricks, ik probeer een en ander zo duidelijk mogelijk te omschrijven. Ik hoop dat je er iets aan hebt! Deelnemen aan een tentoonstelling is tenslotte best leuk!

Onderdeel 1, KOP: belijning en uitmonstering en OOG: ligging en uitdrukking.

 

Best een belangrijk onderdeel van de duif, daar start de keuring immers. Goed dat dit onderdeel in tweeën is gedeeld, een duif met een prachtige kop een en verschrikkelijk oog.. Wat geef je zo’n duif? Nu kun je het dus goed beoordelen.

De meeste liefhebbers komen niet verder dan een platte kop of een veel te grote neusdop. De keurmeester kijk natuurlijk naar veel meer aspecten van de kop en het oog. Een platte of een ronde kop is natuurlijk het eerste wat je ziet. Let wel, bijna alle duiven hebben een platte kop wanneer je deze in de hand hebt. Om goed te beoordelen of de kop mooi rond is bekijk je deze al in de kooi (of op het schabje), dus niet wanneer je de duif in de hand houdt.

Ook moet je in de kooi al duidelijk kunnen zien wat het geslacht is, een doffer moet ook een kop en uitstraling hebben van een doffer, voor een duivin geld natuurlijk het zelfde.

De belijning moet mooi strak en duidelijk aanwezig aan, alsof het met een pen getekend is. De uitmonstering daar in tegen moet zo minimaal mogelijk zijn. Betekend in het kort dat de oogranden zo min mogelijk aanwezig moeten zijn en de neusdoppen mooi glad. Niet van de bloemkolen zoals we dat vroegen veel zagen.

De symmetrie is ook een belangrijk punt, links en rechts met het zelfde zijn. Als je een lijn trekt over het midden van de kop en het midden van de snavel, moeten beide kanten gelijk zijn.

De hals van de duif moet mooi aansluiten bij de kop, onder de snavel moet het in een mooie lijn lopen. Sommige duiven hebben een soort van onderkin, dit is absoluut niet mooi.

 

Voor de ogen kijken we eerst naar de kleur, behalve bij bonte duiven moeten beide ogen de zelfde kleur hebben. Verder moet het oog mooi gesloten in de kop liggen, een zogenaamd ‘los oog’  wordt niet gewaardeerd. Een los oog is wanneer er te veel ruimte zit tussen het oog en het ooglid. Aan de achterkant hebben de meeste duiven dit, maar dit moet niet doorlopen naar de voorkant. Als het aan de voorkant zit spreken we van een ‘los oog’.

De ligging van het oog moet goed zijn, de grote moet passen bij de grote van de kop. Soms is de kop gewoon te klein voor het oog, of de kop is te smal waardoor de duif bol ogen krijgt. (kikkerogen noem ik het zelf)

 

Dan de uitdrukking / uitstraling van de duif. Een heel belangrijk iets! Je kan een duif aankijken en dan denken.. dat is niks, maar je kan ook een duif aankijken en denken.. Wow wat een duif! Dat laatste wil de keurmeester ook graag. Een duif moet uitdrukking hebben, moet uitstralen dat het gezond is en dat het lekker in z’n vel zit.

In het algemeen moet de kop en het oog je gelijk pakken, als je voor de kooien langs loopt, of in het hok komt.. moet de duif opvallen! Zonder dat we de duif in handen hebben moet het onze aandacht trekken.

 

Onderdeel 1 van het label is één van de twee onderdelen waar 19 punten te verdienen zijn. Zegt wel iets over hoe belangrijk dit onderdeel is.

 

 

 

 

Je hoort vaak van liefhebbers.. ”ik hoef mijn duiven niet te zetten op de tentoonstelling, ze zijn nog lang niet door de rui”.

 

 

Duiven zetten op de tentoonstelling kan iedereen, er is geen enkele reden te noemen waarom niet! Ik zal een paar issues wegnemen, punten die goed zijn om te weten.

 

Kwaliteit van pluim en staart

 

De rui van alle duiven, zowel jong als oud, moet geheel klaar zijn op 1 februari van het nieuwe jaar. Dus, duiven die eind november of half december nog niet helemaal klaar zijn met de rui, worden hier niet op afgekeurd. Waar kijkt de keurmeester dan wel naar? Er wordt gekeken of de rui gelijkmatig is. Links nog 2 oude pennen dan rechts ook nog 2 oude pennen, en het liefst ook gelijke ver uitgegroeid. Ook de oude pennen moeten nog goed van kwaliteit zijn, dus niet beschadigd! Voor de broek en staartpennen geld het zelfde, gelijkmatige rui. Voor wat betreft de dek rui, deze moet evenredig naar de pennen rui gevorderd zijn. Als de duif nog op 1 of 2 pennen staat zal de dek rui (bijna) afgerond zijn. Oud dons is nooit goed! Dat willen we niet zien en voelen. Oud dons heeft vaak als oorzaak dat de duif iets overgewicht heeft, flink vasten helpt vaak om het meeste dons te gooien. Een paar koude dagen helpt ook, maar dat hebben we helaas niet voor het kiezen. 

Wat belangrijk is, geen beschadigingen, geen tekeningen (werkpennen zoals we dat noemen, geen kippenveren, alles op de juiste plaats en in de juiste aantallen. Dat hoort heel veel en lijkt erg moeilijk maar dat is het niet, als een duif gezond is en goed wordt verzorgd dan zal het zo zijn zoals het hoort. Een beschadiging kan natuurlijk altijd, daar zijn het vliegduiven voor. Maar beschadigingen kun je zelf zien en beoordelen, is het erg zichtbaar dan kun je de duif beter thuishouden. (Let op, gaat alleen over tentoonstelling, niet over de vliegkwaliteiten). Ga zelf nooit proberen om beschadigingen te herstellen, daar wordt het alleen maar slechter van.

 

Een gezonde duif voelt lekker rond en zacht aan, dat geeft de eerste indruk bij een keurmeester. En net als altijd, de eerste indruk is het belangrijkst. Dus zorg ervoor dat je duiven glad en zacht in de kooien zitten. Hoe zorg je ervoor dat de duiven zo gaan aanvoelen? 1x per week in bad, niet minder maar ook niet vaker! 2x per week voldoende olie over het voer en als laatste, breng de duiven naar de dag van zetten in form. Net als een vlucht dag, beetje opvoeren, beetje extra kleinzaad, beetje warme en licht..

11 penner is geen fout als het beide vleugels betreft, en als de pennen niet in de verdrukking zitten. De startrui gaat van binnen naar buiten waarbij de een na laatste startpen als laatste wordt geruid. In de start is er duidelijk kleurverschil tussen oude en nieuwe staartpennen, dit is dus goed te controleren.

Dekveren kunnen snel getekend worden door medicijngebruik, heb je (zware) medicatie toegediend het afgelopen jaar, controleer dan goed of er geen tekeningen in de dekveren zit. Vooral afgeraffelde toppen zie je vrij vaak, ook de bekende V komt regelmatig voor. Kleurverschil in het dek kan ook het gevolg zijn van medicijnen.

 

Zo, een heel verhaal.. J Lijkt allemaal erg lastig maar dat is het niet hoor. Als je de kans hebt om een keurmeester te vragen wanneer je iets wilt weten of leren, doe het dan. Keurmeesters vinden het leuk om uitleg te geven. Je kan en mag ook altijd even bellen, mailen mag natuurlijk ook.

 

Met een paar dagen weer een stukje op de site, tot dan!